Als kinderen klein zijn, weet je precies wat ze doen. Ze spelen thuis, je kent bijna alle vriendjes. Je brengt ze naar school of naar een sportclub. Kortom, je hebt als ouder een goed beeld van wat je kind de hele dag doet. Als kinderen ouder worden, kan dit veranderen. Kinderen worden zelfstandiger en gaan meer hun eigen weg. Het wordt minder vanzelfsprekend dat je precies weet waar ze zijn.
‘Dat doet mijn kind niet’ is een geweldige vluchtroute voor ouders als ze geconfronteerd worden met pijnlijk of ongewenst gedrag van hun kind. ‘Ik kan me niet voorstellen dat mijn kind zoiets zou doen’ is de basis van de eeuwig durende loyaliteit die maakt dat je voor jouw kind altijd, overal en zonder nadenken door het vuur gaat. Zulke ouders gun je elk kind. Ouders die zich willen inzetten en opofferen, die altijd bereid zijn om van het goede uit te gaan.
Dus wat zeggen we hierboven nou eigenlijk? We weten dus steeds minder goed wat onze kinderen precies doen en waar ze precies uithangen. Aan de ene kant mag dit ook en dat is ook goed. Onze kinderen moeten voor alles wat ze doen leren om steeds meer verantwoordelijkheid te nemen. Aan de andere kant zien we dus steeds minder goed wat onze kinderen doen en waar ze uithangen. En dat vergt dan ook een ander inlevingsvermogen van ons als ouders en als professionals. Doordat we ze steeds minder zien, kunnen we dan nog wel zeggen ‘Dat doet mijn kind niet?’
Of kunnen we beter eerlijk zijn en toegeven dat we het niet altijd meer weten, maar wel in gesprek gaan met onze kinderen, en dus hem/haar niet altijd zomaar geloven op zijn/haar blauwe ogen?
Praat met uw kinderen over waar ze zijn en met wie ze omgaan. Nodig de vrienden van uw kinderen eens uit bij u thuis om daar samen te komen.
Wat we hierboven hebben geschreven is voor sommige vanzelfsprekend maar voor sommige ook weer niet. Het is ook niet de waarheid, maar een overdenking en een constatering.
Iets waar van wij als buurtwerkers (van de Wolden red) de afgelopen periode veel mee geconfronteerd werden.